Wie is het er niet mee eens?

De groep lijkt overeenstemming te hebben over het besluit. De voorzitter vraagt:

“Wie is hier niet mee eens?”

Wat doet hij nou? Er staan nog genoeg andere zaken op de agenda die ook nog afgetikt moeten worden voor het einde van het overleg. Zoekt hij nu actief naar onenigheid?

Toch voorkomt hij met deze vraag een van de meest gehoorde klachten over besluitvorming in managementteams: ‘Ja’ zeggen en ‘nee’ doen.

Dat dat gebeurt is eigenlijk logisch: Iedereen in het team voelt de tijdsdruk. Als de groep de finish van een discussie ruikt, geven ze natuurlijk gas. Wie houdt de groep dan nog tegen? Je bent wel gek. Je houdt je ‘nee’ of ‘wacht even’ voor je. En als iemand je vraagt: “Ben je het ermee eens?”, dan kun je maar beter ‘ja’ zeggen om er vanaf te zijn.

Het besluit lijkt dan genomen, maar de mitsen en maren hebben in het overleg onvoldoende plek gekregen. In de praktijk hebben ze wel een plek. Dus ontstaat er verschil tussen ja-zeggen en ja-doen.

Wil je dat verschil voorkomen?

Richt je in het licht van de finish niet op iedereen er zo snel mogelijk overheen krijgen. Maar stel vraag:

Wie twijfelt er nog? Wie heeft nog iets dat we over het hoofd gezien hebben? Wie is het er (nog) niet mee eens?

Daarmee doe je de praktijk recht in het overleg. Het kost wat meer tijd, maar je besluiten zullen meer effect hebben.

Begin niet aan “zou moeten”

“Ik zou eigenlijk moeten…” hoor ik mensen vaak zeggen als ze iets willen veranderen. In mijn ervaring voorspelt dat weinig goeds. Hoe dan wel, vraag je je misschien af? Let op.

Ik ga hieronder in op het doel “gezonder leven”, maar dezelfde aanpak werkt in een werk-context.

Eerst een vraag:

Hoeveel gewoontes denk je dat je moet veranderen om zo gezond te leven als je wilt?

1, 10, 100? Laat het 30 zijn. 30 gewoontes die samen een groot deel van “gezond leven” maken. Als je die gewoontes eens naloopt:

Van hoeveel daarvan denk je “Ik zou moeten…”?
En van hoeveel denk je “Ik wil”?

“Zou moeten”, waarschijnlijk veel. “Wil” misschien maar een paar. En van dat wat je wel wilt denk je waarschijnlijk: “Tja, dat gaat niet zoveel uitmaken.”

Wat voor zin heeft om op een dag een extra glas water te drinken? Of een stuk fruit? Een eindje wandelen buiten? Dat zijn de dingen die je op zich wel wilt, maar die voor je gevoel te weinig verschil maken om eraan te beginnen.

Toch begint het daar. Die kleine stap die je met succes een tijdje volhoudt, verandert je ervaring. Het beeld van jezelf: jij bent iemand die met succes aan zijn gezondheid werkt. En dan begint de magie.

Ideeën die eerder onder “zou moeten” vielen, worden langzaam “ik wil”. Opeens lijken ze niet meer zo groot, zo ver van jou af te staan.

Opdracht

De volgende keer dat je denkt “zou moeten”: zie het als een signaal dat je iets wilt dat te ver van je afstaat. Zoek iets dat aan hetzelfde doel bijdraagt, maar dat dichterbij is. Als je daar staat, komt het volgende punt vanzelf dichterbij.