Een zinsnede die je aan het denken zet. Do you think you’re better of alone?; denk je dat je alleen beter af bent? Is alleen als je ‘s ochtends aan het hardlopen bent door de velden, jezelf helemaal kapot loopt en niet eens meer nadenkt, maar slechts rent? Links – twee – drie – rechts – twee – drie – links – twee – drie – rechts – twee – drie – links – twee – drie – rechts – twee – drie – en door en door en door. Tong uit de mond, zweet overal? Of is het later op de middag met een boek op een plein zitten, Spui, toeristen die langs lopen en die zich verwonderen over de verdorven vrijheden van de Hollandse metropool? Terwijl je je in een waterig zonnetje verdiept in de diepe woorden van grote denkers en artiesten? Alleen is fantastisch, alleen zijn heeft iets sereens, iets mysterieus… jij in de grote wereld doet je ding en niemand weet waarom, zelfs jijzelf niet altijd. Maar dat geeft niet, je doet, je bent, je ervaart, je lééft!
Maar dan ‘s avonds is er ook de alleen, de eenling in de discotheek… de rammende bassen en verblindende lichtflitsen. Een gigantische gemeenschap jongeren die uit zijn dak gaat. Striemen in je oren, in je ogen. Alles dreunt, je staat in een glazen kist en bent niet in staat deel uit te maken van de hossende menigte. Ook al is de muziek allang jouw smaak niet meer, het volume doordrengt je geest, je lichaam, weer dat gevoel dat je leeft, maar je bent alleen, je bent leeg, uitgeput en je wilt naar huis, je bent te moe om naar huis te gaan. Kon je maar met je vingers knippen, en dan de volgende morgen fris wakker worden, vol goede moed om de wereld aan te kunnen en het juiste te doen. Een wandeling door het bos, dauw op de bladeren en het lange gras, fluitende vogels, een open plek met een klein amateur orkest dat Chopin speelt.
De ochtend is niet zo… een knallende koppijn, overal zwetend lichaam dat na het douchen niet meer droog wordt. Brood met schimmel, melk die geschift is. Je huisgenoot die zeurt dat je ‘s nachts teveel herrie gemaakt heb. En dan achter de televisie sport kijken, de hele dag, een zeurende hoofdpijn heeft de knallende verdreven, van de regen in de drup… een samenzijn met je televisie, af en toe wat met je ogen dicht wegdromen, dromen over later, over hoe je de wereld gaat veranderen, dat er vrede is tussen landen, tussen volkeren en buren, -en dan de schok van de dorst en hitte.. alleen, samen met je televisie, je radio, je krant, je internet. Dat is klote, klote dat nu niemand je belt en vraagt hoe het gaat, ook al interesseert het ze niet echt… denkt er uberhaupt iemand aan je als je er niet bent, missen ze je als je niet afbelt, als kiespijn, of echt? Je weet het niet en het steekt, het steekt dwars door je verstand, door je gevoel en door je ik. Je bent alleen, je moet je eigen rotzooileven opruimen, alles gaat mis, morgen wil je niet meer opstaan, en in bed blijven dromen over dat andere alleen.

