De volle trein staat al zeker 10 minuten stil. Het volk der forensen zit stilzwijgend in zijn stoel. Een groot gedeelte heeft niet eens in de gaten dat we langer stilstaan dan gewoonlijk. Er druppelen nog wat hijgende mensen de coupé in, die erg blij zijn dat ze ditmaal voordeel hebben van de vertraging.
Een paar minuten later beginnen enkelen onrustig te schuiven en op hun horloge te kijken. Een man steekt zijn papieren weer in zijn tas, trekt zijn jas aan en loopt naar buiten. Een jong stel tegenover hem, duidelijk lager in de treinreizigers hierarchie, kijkt elkaar vertwijfelt aan. ‘Zullen we dan maar de stoptrein nemen,’ fluistert ze net hoorbaar voor anderen in zijn oor. ‘Nee, we blijven zitten,’ antwoordt hij resoluut. Met een iets rood aangelopen gezicht staart ze weer naar buiten. Een vrouw in mantelpak heeft een andere conclusie getrokken en vouwt haar krant op, waarna ze het hazenpad kiest.
Over de intercom klinkt het geluid van een opgenomen hoorn. Vol spanning wachten we op informatie. Zonder iets te zeggen wordt de hoorn weer opgelegd. ‘Dat wijst op niet veel goeds,’ mompelt een man. Hij heeft zich ondertussen verdiept in het kruiswoordraadsel van een rondslingerende krant. Dan wordt de hoorn wederom opgepakt. ‘Dit is de trein naar Utrecht Centraal’, wordt er door een jofele stem omgeroepen. ‘Dat is wel de laatste informatie die ik op dit moment nodig heb,’ roept een oudere man in de lege ruimte. ‘In ieder geval zijn ze nog op de hoogte dat we ergens naartoe zouden moeten gaan,’ grapt zijn buurvrouw. De man werpt een duidelijk geïrriteerde blik naar haar.
De eerste mobiele telefoons worden ter hand genomen. ‘Ha schat … ja in de trein … het wordt wat later denk ik … ja doe ik … ja … ja natuurlijk, tot straks’. Meer mensen beginnen voor de zekerheid hun tas in te pakken voor het geval ze hun heil op een andere spoor moeten zoeken. ‘Dames en heren,’ klinkt er uit intercom, ‘er is een baanvakstoring. We hebben geen idee hoe lang dit gaat duren. We houden u op de hoogte’. Er wordt verslagen rondgekeken. Op een aantal opmerkingen na gebeurt er niets. Men lijkt besloten te hebben toch te blijven zitten.
Nog meer mensen grijpen hun mobiel. Terwijl de rest van het land op de hoogte gesteld wordt van de vertraging van dit treinstel, klinkt nogmaals het geluid van een opgepakte hoorn. Vol verwachting vallen alle gesprekken stil. Vriendelijk wordt ons meegedeeld dat dit toch echt de trein naar Utrecht Centraal is. Teleurgesteld worden de gesprekken weer hervat. Nog geen halve minuut later klinkt de verlossende fluit en sluiten de deuren.
‘Nou, dat is de beste geen-idee-hoelang, die ik tot nu toe mee heb gemaakt,’ concludeert de persoon naast mij. De telefoongesprekken worden afgerond. Het is hoogst ongepast om als forens in een volle coupé te telefoneren.

