Je hebt meer kans op hulp dan je denkt

Mensen onderschatten de kans dat iemand ze zal helpen als ze erom vragen. Het blijkt dat anderen dus behulpzamer zijn dan je verwacht! Zie dit artikel en onderstaand college van Stanford.

Mijn aantekeningen

Mensen overschatten ongeveer 2x het aantal mensen dat ze moeten vragen om een bepaald aantal keer ‘ja’ op hun directe vraag te krijgen.

Bij een indirecte vraag via een flyer schatten ze maar iets meer mensen nodig te hebben, maar daar is juist het aantal mensen dat ‘ja’ zegt 7x lager, dus onderschatten ze hun effectiviteit 3 a 4 keer.

Bij vraag om meer moeite overschatten ze nog meer het aantal mensen dat ze moeten vragen. Het aantal mensen dat ‘ja’ zegt is echter nauwelijks kleiner.

Wat is de verklaring?  De vragensteller denkt: hoeveel kost het de ander om ‘ja’ te zeggen? De gevraagde schat in: hoe sociaal onwenselijk is het om ‘nee’ te zeggen.
Mensen herinneren een ‘nee’ op hun vraag veel beter dan een ‘ja’. Ons geheugen zorgt dus voor aversie van het meemaken van een ‘nee’.
Na het weigeren van medewerking is iemand meer geneigd om op een vervolgvraag ‘ja’ te zeggen, maar als vraagsteller denken we juist van niet.
We overschatten de kans dat iemand om hulp vraagt. Dat heeft niet zozeer te maken met mogelijke waarde van de hulp, maar met de sociale ongemakkelijkheid om hulp te vragen.  Als hulp-aanbieder overschat je de kans dat iemand om  hulp vraagt. Als je de kans wilt verhogen dat iemand toch komt, moet je je niet richten op het verbeteren of beter positioneren van de hulp (“mijn hulp zal je echt verder helpen”), maar de sociale ongemakkelijkheid verkleinen (“je valt me echt niet lastig als je komt”).
Als je een vraag stelt “Mag ik je om een gunst vragen?” met daarna een pauze is de kans dat iemand toezegt significant hoger dan meteen vragen wat je wilt. (Voorbeeld: vraag om enquete in te vullen op station van 54% medewerking naar 87%) De uitleg: Na de eerste vraag zegt het gros van de mensen ‘Ja natuurlijk, hoe kan ik je helpen”. Daarmee spreken ze pre-commitment uit en gaan na de werkelijke vraag niet opeens zeggen “Nee, dat wil ik niet doen”.