Hoe komt het dat Wilders zoveel aandacht krijgt? Van mij krijgt hij aandacht vanwege zijn poging heersende groepscultuur te veranderen. En misschien begrijp ik waarom ik niet de enige ben…
De algemene beschouwingen waren een mooi toneelstuk dit jaar. Eerst dacht ik: als de pers niet steeds zou uitzenden wat Wilders doet om persaandacht te krijgen dan houdt het gedoe snel op. Simpel bezien hebben Wilder en de pers een mooie win-win situatie gecreëerd.
Maar vandaag kwam er nog iets op: mensen praten graag over onderwerpen die relateren aan hun huidige emotie. Als het zonnetje lekker schijnt, praten we sneller over onze prachtige zomervakantie afgelopen jaar. Als mijn collega iets vertelt over een slechte klantenservice, dan heb ik ook nog een voorbeeld van twee jaar geleden.
Nu dit uitgangspunt vertaald naar onze politiek…
Wat als de verhalen van Wilders over het buitenhouden of -zetten van extremisten en criminelen symbool staan voor zijn gevoel van externe inbreuk op het onbezorgde leven waar hij recht op heeft?
Wat als hij eigenlijk zegt: door onbegrijpelijke krachten in de financiële wereld staan onze persoonlijke financiën onder druk; door onbegrijpelijke politiek moeten we aan allerlei regels en procedures voldoen die inbreuk maken onze persoonlijke voorkeuren? Dan vertelt hij helemaal niet zo’n raar verhaal. Sterker nog, dan prediken velen op dezelfde manier: extra financiële regels om te voorkomen dat er misbruik van ons gemaakt wordt, over verminderen van de regeldruk omdat we onze kont niet kunnen keren zonder formulier.
Zo bekeken is hij niet voor niets een spil op het politieke toneel. Hij vertolkt een collectieve emotie: een onbewuste angst voor inbreuk op ons leven van buitenaf en verlangen naar persoonlijke vrijheid. En hij doet dat op een veel toegankelijker manier dan zijn medepolitici, die steeds maar zeggen dat het wel meevalt en goed komt. Daarmee sluit hij veel beter aan bij de paniek die een grote groep mensen ervaart.
Wat hij ook voor heeft op de anderen: hij brengt die emotie ín de dagelijkse gang van zaken van de Tweede Kamer. Zijn vorm volgt zijn boodschap: hij breekt met het gevestigde sociale systeem, waaraan hij zich niet wil conformeren. Zijn voorkomen is niet alledaags, zijn uitspraken zijn niet alledaags. Zo roept hij spanning en weerstand op (‘Zo kun je toch geen politiek bedrijven’) want hij brengt verandering ín de Kamer.
Buiten de Kamer roept hij fascinatie op. Zijn handelen biedt anderen hoop dat we kunnen rebelleren tegen het verstikkende systeem dat de gevestigde orde gemaakt heeft. Maar tegelijkertijd zeggen we ’maar ik stem niet op hem’, want ons fatsoen zegt dat het niet zo hoort.
Maar.
Wat ik mis naast zijn rebellie is een alternatief dat wél resultaten oplevert. Dat vraagt naast een rebels ‘nee’ ook een dienend ‘ja’ naar samenwerken en onderzoeken van nieuwe mogelijkheden met de anderen.
En hoewel hij op het eerste gezicht dus lijkt te breken: in zijn oplossingen is hij vaak weer trouw aan het huidige systeem: meer regels, straffen en controle leiden tot persoonlijke vrijheid van de goede mens. En ook die weg is niet de vernieuwing die we nodig hebben om ons gevoel van vrijheid werkelijk te verbeteren.

